opvallend veel mutesen vandaag
23654 meter voor de voeten
doe uw keuze, reeds 128 zijn er al vertrokken
geel is de boodschap
de start rechtover de muziekacademie van Herne
't is groen
de levendige dieren houden de wacht
0 graden, denk dat het nog een paar onder 0 is
voor de helden 1914-1918
De naam blikvanger werd toegekend omdat vooral blikjes frisdrank geschikt zijn om in deze afvalbak te belanden.
Station Herne is een spoorwegstation langs spoorlijn 123 in de gemeente Herne. Het stationsgebouw zelf is een beschermd gebouw, mede dankzij de gietijzeren luifel. Een deel van het stationsgebouw is bewoond.
opkomende zon
koud hé
iedereen goed ingeduffeld
we blijven genieten van de opkomende zon in beeld
wat dichterbij gezien
de kerk van Sint-Pieters-Kapelle in zicht
De beschermde, laatgotische parochiekerk dateert uit 1420. Kerkelijk ressorteerde Sint-Pieters-Kapelle tot 1802 onder het bisdom Kamerijk. In de periode 1802-1967 maakte het deel uit van het bisdom Doornik. Sinds 1967 hoort het bij het bisdom Brussel-Mechelen
een verwonderd manneke
je zou er goesting van krijgen, straks als we terugkomen
goeiemorgen vrolijkheid
speelplein ligt er stil bij
onder de lege takken van de bomen een klein vrouwke van steen, zo hard vriest het
door het knotten van de wilgen moeten we even het land in, hoplijk is de landbouwer niet boos
Een knotwilg is een wilg die regelmatig (elke één tot vijf jaar) op circa 2 m hoogte wordt afgezaagd. Ieder jaar maakt de wilg dan aan het uiteinde van de stam vele nieuwe dunne jonge loten/scheuten (wilgentenen) die kunnen worden geoogst door ze opnieuw te knotten. Doordat er elk jaar meer scheuten bijkomen, wordt de bovenzijde van de boom steeds dikker, waardoor zich de 'knot' vormt waar de knotwilg z'n naam aan dankt. Voor het gebruik van wilgentenen wordt de wilg op maximaal 50 cm hoogte geknot.
koud vandaag?
de drie koningen zijn in aantocht
kalktoeslag
te vroeg om te schaatsen
stap voor stap door het Pajottenland
Het Pajottenland is een eerder toeristisch dan geologisch bepaalde streek in België, begrensd door de steden Brussel, Halle, Edingen, Geraardsbergen, Ninove en Aalst. Kenmerkend voor de streek is het licht heuvelachtige en landelijke karakter. Het betreft grotendeels het zuidwestelijk Brabants heuvellandschap tussen de rivieren de Dender en de Zenne.
wie we hier hebben
De Lennikse advocaat F.J. De Gronckel gebruikte het woord Pajottenland, onder het pseudoniem Franciscus Josephus Twyfelloos, in een romantisch en ludiek geschrift, getiteld 't Payottenland zoo als het van onheugelyke tyden gestaen en gelegen is. De tekst verscheen eerst als losse afleveringen in 1845, maar de bekendste verzameling werd als 3e druk in 1852 in Brussel uitgegeven. De guitige advocaat vond het woord uit als tegenhanger van het rond 1840 onder Leuvense studenten bekende Kerlingaland en plagieerde hiervoor zelfs het Kerelslied. De naam payot bestond al in 1789 en betekende huurling bij het Oostenrijkse leger. Een affiche met de naam payotten werd in het woelige jaar 1789 opgehangen aan de deur van de paterskerk in Turnhout, zoals men kan lezen bij Jan Lindemans in Eigen Schoon en de Brabander van 1926.
aangeslagen lens geeft dit beeld
na een paar minuten zien we terug wat we zeggen
koffie!
terwijl de ene een braadworst aan het veroberen is, vertrekt alweer de andere
net toegekomen en die verveelde bril
de zakdoek doet dienst
Theelichtjes werden vroeger vooral gebruikt om de thee warm te houden. Daarbij werden ze in een klein rechaudje geplaatst, dat op zichzelf metonymisch ook een theelichtje wordt genoemd. Als een theelichtje brandt, bereikt de waxine al snel het smeltpunt van 60 graden, waarbij de waxine vloeibaar wordt. Het is belangrijk dat het theelichtje niet aan externe warmtebronnen wordt blootgesteld en zijn warmte kwijt kan, want als de temperatuur 370 graden celsius bereikt, wordt de waxine gasvormig en kunnen grote steekvlammen ontstaan. Tegenwoordig worden waxinelichtjes veel gebruikt voor de sier als alternatief voor kaarsen tijdens de wintermaanden en vooral rond Kerst in vele soorten veelal glazen kaarsenhouders.
kan toch smaken
terwijl de kerstman van dienst rustig verder de worstjes aandient
gezien langs de kant in de Rasbeekstraat
doorheen de diepe sporen
kiest ieder zijn eigen traject naar best vermogen
in de Torreborrestraat vergaat het Vlaams gewest naar het Waals gewest (Rue de Torrenborre)
voor iemand bruikbaar?
in de verte links de kerk van Mark, rechts daarvan Edingen
Mark. Het Waalse dorpje nabij de grens met Vlaanderen was van oorsprong een Nederlandstalige gemeente, met een Franstalige minderheid, deel uitmakend van het graafschap Henegouwen. Momenteel is Mark grotendeels verfranst, met een Nederlandstalige minderheid. In de recente verkavelingen wonen opnieuw meer Nederlandstaligen. Het dorp heeft de naam 'Mark' te danken aan het aldaar ontspringende riviertje de Mark.
goeie middag kerstman
De Sint-Martinuskerk met romaanse toren is bijzonder merkwaardig.
kerstversiering
ter info
Realiteit in beeld. De nieuwe man aan het werk, de vr... (vul zelf aan)!!!
klein hondje
De maretak (Viscum album) is een groenblijvende plant uit de sandelhoutfamilie (Santalaceae). De plant leeft op bomen. Het is een halfparasiet: voor water en zouten is de plant afhankelijk van zijn gastheer. De maretak wordt ook mistletoe, mistel of vogellijm genoemd. Met name ten tijde van de jaarwisseling wordt maretak als versiering opgehangen. Het gebruik wil dat iemand die er onder staat ongestraft gekust mag worden.
de ezel is gestraft
De Sint-Niklaaskerk is de kerk in het centrum van de stad Edingen (Enghien) in de Belgische provincie Henegouwen. Sinds 22 augustus 1947 is het een beschermd monument. In de loop van de geschiedenis werd de kerk meermaals vernield, geplunderd of getroffen door brand, en werd zo verscheidene malen opnieuw gerestaureerd. In 1347 werd het eerste hoofdaltaar van de kerk gewijd. Bij het begin van 15e eeuw brandde de kerk af, en ook na de heropbouw kwamen er nog enkele malen branden voor. In de toren bevindt zich een beiaard met 51 klokken, waarvan de oudste reeds uit 1566 dateert.
De Sint-Petrus-en-Pauluskerk is de centrale parochiekerk van het dorp Herne in Vlaams-Brabant (België). De oudste overblijfselen ervan dateren uit de 11e of 12e eeuw. Sinds 1937 is de kerk een beschermd monument. Het gebouw is omringd door een kerkhof en hoofdzakelijk opgetrokken uit breuksteen van schilfersteen met gebruik van Doornikse kalksteen, zandsteen, ijzerzandsteen en leisteen afkomstig uit de steengroeve van Sint-Pieters-Kapelle. Het middenschip en de zuidbeuk zijn uitgevoerd in romaanse stijl, het koor en de toren in Brabantse scheldegotiek. De gotische toren heeft op de vier hoeken een zeszijdig torentje. In de nis boven de hoofdingang van de kerk zetelt de patroonheilige van de kerk: de Sint-Pietersstoel van Antiochië. Door grondige verbouwingen (in 1923-'24) kreeg de kerk een asymmetrisch grondplan.
zien ze er niet lekker uit, heren, de wafels!!!
nog steeds drukte bij inschrijftafel