Wat eten we vandaag?
Daar zitten we dan te eten.
Waar is mijn aansteker?
Lekker, een bakkie koffie.
Het was mooie weer.
vluchten kan niet meer.
Henny blijf van Henny af.
Ook wij proberen te vluchten voor die camera
even tienen
al weer tienen.
wat een tentenkamp
mag ik ook mee eten.
Ik heb geen zin om op te staan.