Seefeld, Oostenrijk, op een donkere dag.
Uitzicht vanuit het hotel. Nou ja, zicht.
Dat ziet er al beter uit.
Uitzicht vanuit het pension, waar we later met z'n zessen zaten.
Lekker, zo'n loiperondje van twee kilometer voor je pension.
Maar een hut in Noorwegen is toch mooier.
Avondlijk uitzicht vanuit hut. Rechts het meer.
Broer Rogier heeft er zin in.
Zijn we hier nou al geweest? Die den komt me toch bekend voor.
N.G., onherkenbaar. Net als het landschap.
Nog maar 15 mijlen tot de Pool.
Obs! Sneeuwschuivers!
De plakken kaas die Rogier op brood doet worden na elke tocht dikker.
De hut.
Vanuit de keuken zien we het al: wordt geen fijne dag.
Dan klaart het toch op.
Nog even naar de WC. Gordijntjes niet nodig.
Sneeuwruimen, anders komen we er niet uit.
Ah!
Wat ligt het er mooi bij vandaag.
Morning, Roger.
En eet smakelijk. Noorse Waffel, met room en jam.
Mijn broer, ik, en een houten trol.
Kranten leggen om het druipen van de skiwachs tegen te gaan.
Gezellig, zo'n hut.
Haardvuurtje aan.
En dan wachsen.
Was laten smelten met strijkijzer, dan ausbuegeln.
Roemaessetra heet de hut.
Dit is de Tussesuta, de Trollenhut. Ook eens 3 weken gezeten.
Wachsetje.
Schrapen, boenen en poetsen. Worshippen.
Hand van de meester.
Dan Rogier.
De geprepareerde skis staan klaar.
We gaan ze uitproberen!
Ik zag een sneeuwvos. Echt. Nou ja, een sneeuwmuis dan.
Poseren.
Nog een keer poseren: mijn broer en ik.
Er is nog maar 1 iemand voor ons geweest.
Dit gaat een hele mooie dag worden.
Terugkijkend: En zo was het ook.