Dit jaar koos ik als heenreis voor de route via Denemarken. Ik had geboekt voor de overtocht met Masterferries die in maar twee uur het Kattegat oversteekt.
Anderhalve dag na vertrek reed ik al over de fraaie rustige Noorse wegen in het Setesdal.
Op dag 3 bereikte ik het Hardangerfjord met, helaas, regenachtig weer, maar aan de overkant doet de zon z'n best door het wolkendek te breken.
In een appartementje bij het Halne berghotel verbleef ik een paar dagen. Het ligt op een hoogte van 1.040 m op de Hardangervidda, met een oppervlakte van 7.500 km2 de grootste hoogvlakte van Europa.
Van hier uit maakte ik m'n eerste wandeling door een indrukwekkend winters landschap bij een temperatuur van enkele graden boven nul.
Onderweg naar de volgende bestemming (met zon !) maakte ik nog enkele fotostops op de Hardangervidda. Op de achtergrond ligt de 1.800 m hoge bergrug Hallingskarvet.
Het staafkerkje van Hol valt op door het torentje op het koor.
In één van deze fraai gelegen hutten in Aurland verbleef ik bijna een week. De bejaarde beheerder verstond wel wat Engels maar sprak het niet. Dat leverde vaak een boeiende conversatie op.
Een pittige klim naar een hoogte van 800 meter leverde dit boeiende panorama van het dorp Aurland en het Aurlandsfjord op. Aan de overkant regent het, ik hield het droog, tenminste deze middag.
Een prachtige weerspiegeling op een zomerse morgen, in het Vasbygdevatnet (vatnet = meer).
Hier hebben de Noren een simpele oplossing bedacht voor een te smalle tunnel. Maak er eenrichtingsverkeer van met verkeerslichten, wachttijd kan oplopen tot 5 minuten !
Volgens de wandelgids is deze wandeling in het Aurlandsdal niet geschikt voor mensen met hoogtevrees. En dat blijkt hier ! In de loodrecht uit het meer omhoogrijzende rotswand is een smal pad aangelegd met behulp van dynamiet.
Het Nesbøvatnet en de boerderij Nesbø.
Aan het eind van het Aurlandsfjord ligt het toeristenplaatsje Flåm. Het is wereldberoemd door een spoorlijn van maar 20 km lang. Over die afstand wordt een hoogteverschil van 863 meter overbrugd bij een stijgingspercentage van maximaal 5,5% en dat is uniek voor een gewone trein.
Nog een paar interessante feiten: een derde van de route bestaat uit 20 tunnels, samen 6 kilometer lang. De rit van 20 kilometer naar boven duurt ongeveer een uur bij een maximum snelheid van 40 km/u.
Wat een treinkaartje kost ? Schrik niet, ongeveer € 40 voor een retourtje ! Maar z'n prijs meer dan waard !
Hoewel er voldoende zitplaatsen waren in tegenstelling tot sommige Nederlandse treinen in de spits, werd daar weinig gebruik van gemaakt. De passagiers staan voor de ramen te fotograferen, of aan de linker- of de rechterkant van de trein.
Aan de openingen in de zijwand van de tunnels is te zien dat de spoorlijn hier in een spiraal omhoog gaat.
Het beginpunt van de wandeling naar de Rimstigen aan het Naerofjord in Bakka is niet te missen.
Veel drinken tijdens zo'n steile klim van 0 naar 700 meter !
Het onvergetelijke uitzicht op het Naero- en Aurlandsfjord.
Even de drinkfles bijvullen met heerlijk ijskoud water.
Langs de Aurlandsvegen naar Laerdal hebben de Noren een uitzichtspunt geplaatst met een bijzondere vormgeving. De brug bestaat grotendeels uit hout en aan het eind is een glasplaat gemonteerd waardoor het uitzicht op het Aurlandsfjord letterlijk aan je voeten ligt.
In Hov in het Sunnfjord verbleef ik in dit primitieve maar leuke hutje met bomen op het dak.
In de beschermde waterloop van de rivier de Gaular komen veel watervallen en stroomversnellingen voor.
Er is een wandelroute van ruim 20 kilometer uitgezet in dit gebied, de Fossestien (foss = waterval). Alleen het eerste gedeelte is zo comfortabel !
De Fossestien loopt vaak vlak langs de wildstromende rivier.
Veenpluis is best mooi voor wie er oog voor heeft. Het komt veel voor op vochtige plekken.
Dit schuurtje in het Sunnfjord-openluchtmuseum is gebouwd met het hout van één boom, wordt beweerd.
Het fraai gelegen 17e eeuwse kerkje van Gaupne aan het Sognefjord.
Eén van de uitlopers van de Jostedalsgletsjer is de Nigardsbreen (breen=gletsjer). Hierop maakte ik een wandeling met een gids. Met een bootje staken we eerst het groene gletsjermeer over.
De gids legt uit hoe je die 'ijzers' aan je schoenen bevestigt.
Naast 'ijzers' onder je voeten die enorm veel grip geven op het ijs, zijn we met elkaar verbonden met een touw dat aan je 'harnas' zit.
De gids geeft uitleg over de 'pikhouweel' die we overigens alleen maar als wandelstok hoefden te gebruiken.
Een Noorse vader en zoon vinden steun bij elkaar tijdens de lunchpauze op de gletsjer.
Op een snikhete dag (die heb je ook in Noorwegen !) beklom ik de berg Molden van 1.100 meter hoog om van dit fantastische uitzicht over het Lusterfjord, een zijarm van het Sognefjord, te genieten.
Vanaf de einde van de weg door het dal, kun je in ruim een uur naar de Bergsetbreen, een uitloper van de Jostedalsbreen, wandelen.
Delen van het pad waren door smeltwater in beekjes veranderd.
Stavanger is een moderne, multiculturele havenstad aan de zuidkust met veel offshore-activiteiten.
Gamle Stavanger is stijlvol gerestaureerd en de ruim 170 houten huizen zijn weer in gebruik als woning, winkel of atelier (inderdaad, gamle=oud).
Zo wit je een cruise-schip.
Van afgedankte offshore-onderdelen kun je een leuke speeltuin maken.
TomTom kent ook de vele Noorse veerponten over de fjorden. In de reistijd wordt echter alleen de vaartijd maar niet de wachttijd meegerekend.
Ook op de terugweg nam ik de snelle Fjord Cat van rederij Masterferries om van Kristiansand naar Denemarken over te steken.